.
. Home.
Company Profile.
Contact.
Luchtdicht Bouwen

Het Bouwbesluit stelt dat elke woning moet worden geventileerd.Naast deze gewenste ventilatie vindt er ook ventilatie door luchtlekken plaats. Een minimale luchtdoorlatendheid is goed, maar de mate waarin de lucht ‘onbewust’ de woning kan in- en uitstromen moet beperkt blijven. Afdeling 5.2 van het Bouwbesluit geeft aan dat de luchtvolumestroom (qv10) van het totaal aan verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten niet groter mag zijn dan 0,2 m3/s (200 dm3/s per 500 m3). Naast deze eis stelt het Bouwbesluit in afdeling 3.6 ‘Wering van vocht van buiten’ dat de luchtvolumestroom door en langs de begane grondvloer (qv1) maximaal 0,002 dm3/s per m2 mag zijn. In de praktijk betekent dit dat de begane grondvloer ‘potdicht’ moet zijn.

Ventilatie
Het luchtdicht maken van woningen beperkt zich niet alleen tot het aanbrengen van dichtingsmaterialen in naden en kieren. Met name het type ventilatie- systeem bepaalt welke luchtdichtheid in de woning vereist c.q. gewenst is. De NEN 1087 onderscheid vier ventilatiesystemen:

Systeem A: ventilatie via natuurlijke toe- en afvoer.
Systeem B: ventilatie via mechanische toevoer en natuurlijke afvoer.
Systeem C: ventilatie via natuurlijke toevoer en mechanische afvoer.
Systeem D: ventilatie via mechanische toe- en afvoer.

Systeem A: ventilatie via natuurlijke toe- en afvoer
Toevoer: De toevoer van verse lucht in de leefkamers vindt plaats via regelbare toevoerroosters. Dergelijke roosters worden meestal in of bovenop de ramen geplaatst. Omdat systeem A nog steeds rekent op de wind en de thermische trek is het nodig deze toevoerroosters te kunnen regelen. Regelen kan manueel, bij de betere zelfregelende roosters gebeurt dit automatisch: als het debiet te hoog oploopt sluit een klepje zichzelf. Zelfregelende roosters laten toe energiezuiniger te ventileren.

Doorvoer: De lucht uit de leefkamers moet zich kunnen verplaatsen van de leefkamers en slaapkamers naar de vochtige ruimten. Daarom worden er in tussendeuren doorvoeropeningen voorzien: kleine niet afsluitbare roosters of een wat ruimere spleet onder de deur. Roosters plaatsen in binnenmuren kan natuurlijk ook.

Afvoer: Verticale kanalen tot op het dak voeren vochtige of vervuilde lucht uit toilet, keuken, badkamer af naar buiten. Ze zijn voorzien van regelbare roosters.

Energiezuinige tips systeem A: luchtdicht bouwen, niet meer ventileren dan nodig, zelfregelende roosters.

Systeem B: ventilatie via mechanische toevoer en natuurlijke afvoer
In woningen zelden gebruikt.

Systeem C: ventilatie via natuurlijke toevoer en mechanische afvoer
Bij systeem C wordt er gebruik gemaakt van vrije toevoer, zoals bij natuurlijke ventilatie en van afvoer met een ventilator.

Toevoer: De toevoer van verse lucht in de leefkamers vindt plaats via regelbare toevoerroosters. Dergelijke roosters worden meestal in of bovenop de ramen geplaatst. Regelen kan manueel, bij de betere zelfregelende roosters gebeurt dit automatisch: als het debiet te hoog oploopt sluit een klepje zichzelf. Zelfregelende roosters laten toe om energiezuiniger te ventileren.

Doorvoer: De lucht uit de leefkamers moet zich kunnen verplaatsen van de leefkamers en slaapkamers naar de vochtige ruimten. Daarom worden er in tussendeuren doorvoeropeningen voorzien: kleine niet afsluitbare roosters of een wat ruimere spleet onder de deur. Roosters plaatsen in binnenmuren kan natuurlijk ook.

Afvoer: vanuit elke vochtige ruimte vertrekt een luchtkanaal (met een diameter van 8 tot 12 cm) naar een centraal geplaatste ventilator. Die zorgt voor afvoer van vochtige lucht naar buiten. De ventilator laat toe om het luchtdebiet te regelen en de afvoer bijvoorbeeld te verhogen bij aanwezigheid en te verlagen bij afwezigheid. Er zijn ook systemen die automatisch reageren op vervuiling: op vocht, aanwezigheid, CO2.

Energiezuinige tips systeem C: luchtdicht bouwen, niet meer ventileren dan nodig, zelfregelende roosters, goed ontwerp van de kanalen, luchtdichte kanalen, zuinige (gelijkstroom) ventilatoren met regeling, nauwkeurige instelling van de afvoer debieten.

Systeem D: ventilatie via mechanische toe- en afvoer
Bij systeem D wordt er gebruik gemaakt van mechanische toevoer en mechanische afvoer, met 2 ventilatoren dus. Dit laat een betere balancering tussen toevoer en afvoer toe: de toegevoerde lucht recupereert warmte van de afgevoerde lucht, vandaar de benaming.

Toevoer: elke leefkamer ontvangt de benodigde hoeveelheid lucht via een luchtkanaal (met een diameter van 8 tot 12 cm) dat vertrekt vanuit een centrale ventilator.

Doorvoer: De lucht uit de leefkamers moet zich kunnen verplaatsen van de leefkamers en slaapkamers naar de vochtige ruimten. Daarom worden er in tussendeuren doorvoeropeningen voorzien: kleine niet afsluitbare roosters of een wat ruimere spleet onder de deur. Roosters plaatsen in binnenmuren kan natuurlijk ook.

Afvoer: vanuit elke vochtige ruimte vertrekt een luchtkanaal (met een diameter van 8 tot 12 cm) naar de centraal geplaatste ventilator. Die zorgt voor afvoer van vochtige lucht naar buiten.

Warmterecuperatie: verse buitenlucht is koud, ze opwarmen kost energie. Door gebruik van een warmtewisselaar is het bij een ventilatiesysteem D mogelijk de warmte uit de afgevoerde lucht te recupereren door er de toegevoerde lucht mee voor te verwarmen. Naast comfortvoordelen kan er ook 50 tot 95 % energie gerecupereerd worden. Een goed geplaatst systeem laat zo toe om heel wat energie te besparen en wordt regelmatig toegepast in laag energie woningen en passiefhuizen. De investering ligt weliswaar wat hoger.

Aardwarmtewisselaar: Een normaal ventilatiesysteem maakt gebruik van buitenlucht die dezelfde, soms lage, temperatuur heeft als buiten. Door de buitenlucht echter aan te zuigen doorheen een lange buis, ingegraven in de tuin, wordt deze door de warmere bodem voorverwarmd. Op die manier kan u 5 tot 10 °C winnen nog voordat de lucht in de woning komt. Dergelijke buis zal naargelang de omstandigheden een diameter hebben van 160 tot 250 mm, een lengte van 30 tot 40 m en op een diepte van 1 tot 2 meter in de bodem worden ingegraven. Een aardwarmtewisselaar wordt zinvol omdat deze in de zomer ook kan helpen om de woning koel te houden. De aanvoerlucht wordt niet voorverwarmd maar voorgekoeld en zorgt voor frissere binnenlucht.

De toevoer van ventilatielucht van de ventilatiesystemen A en C vindt plaats via bewuste openingen (roosters) in de constructie en laat zich niet precies beheersen. Het functioneren van deze ventilatiesystemen is sterk afhankelijk van klimatologische omstandigheden, zoals temperatuurverschillen. Een minimale luchtdoorlatendheid van de constructie is voor systemen met een natuurlijke toevoer noodzakelijk. Hoe luchtdichter het gebouw, des te kritischer is het gebruik van de ventilatieopeningen. In NEN 2687 zijn minimale en maximale eisen aan de luchtdoorlatendheid vermeld. Hierbij is rekening gehouden met de grootte van de woning en het type ventilatiesysteem volgens NEN 1087. De NEN 2687 onderscheid twee luchtdoorlatendheidsklassen. Klasse 1 voor ventilatiesystemen A en C en klasse 2 voor ventilatiesystemen B en D. De maximale en minimale luchtvolumestromen bij een drukverschil van 10 Pa over de gevel zijn in de tabel aan het einde van dit artikel weergegeven.

De genoemde luchtdichtheid (qv10-waarde) helpt bij de keuze van de toe te passen detaillering (klasse 1 of 2), en is tevens een invoerwaarde van de energieprestatiecoëfficiëntberekening (EPC). In de NEN 5128 zijn richtwaarden en ondergrenzen aan de invoer van de luchtdoorlatendheid bij ventilatiesystemen vermeld. De richtwaarde en ondergrens bij toepassing van natuurlijke toevoer en mechanische afvoer van ventilatielucht in de EPC zijn respectievelijk 1,43 en 1,0 dm3/s.m2. Indien volledig mechanisch wordt geventileerd dan zijn de richtwaarde en ondergrens respectievelijk 0,625 en 0,4 dm3/s.m2.

Ontwerpaspecten
Hieronder worden enkele extra maatregelen genoemd die bij klasse 2 noodzakelijk zijn om een voldoende luchtdichting te realiseren:

Goed knevelende twee- en driepuntssluitingen;
Manchetten ter plaatse van de dakdoorvoeren;
Specifieke instructies met betrekking tot het aanbrengen van
afdichtingen voor de bouwplaatsmedewerkers;
(extra) kwaliteitscontroles op de bouwplaats;
gerichte controle (door middel van een luchtdoorlatendheidsmeting) 
na oplevering van de eerste woningen.


Keuzemenu:

Advisering
Regelgeving
Normen
Luchtdicht Bouwen
Referentieprojecten
Ga naar Frenk.nl
Ga naar FRENK Luchtdicht Bouwen™
Ga naar FRENK BrandWerend™
Ga naar BouwFysica 


Stuur een e-mailbericht:
info@frenk-bv.nl


Bel:. +31 (0)10 416 03 03
Fax: +31 (0)10 438 00 45

Downloads 
Details 
Bouwfysica 
Meer weten: ...Lees hier verder, open de pagina over bouwfysica
 







.Disclaimer     Privacy Statement     Sitemap     Contact     Algemene voorwaarden

Copyright Frenk ©, 2008.